maandag, april 02, 2007

Morgen is de dag !

Morgen komt Claude !
Ik denk dat wij geen tijd genoeg zullen hebben om een heel mensenleven (ik vermoed meer dan 45 jaar ???) te overbruggen.
Wellicht zullen wij, door in een totaal verschillend milieu opgegroeid te zijn, ook wel een andere visie hebben over bepaalde dingen...En dan denk ik aan de verschillen tussen een grootstad en het kleine dorpje...
Wij leven hier nog met elkaar, terwijl ik steeds de indruk heb dat in de steden men naast elkaar leeft. In ieder geval, hier knikt iedereen nog gedag naar iedereen...in Oostende is dat al lang niet meer het geval.
Ook de kwestie Dutroux lijkt veel meer impact gehad te hebben in de steden dan hier. Als ik in de winkel een kind naar me zie kijken (die baard interesseert hen nogal), dan lach ik hen toe en knipoog...Hier mag dat nog, maar ik deed dat eens in Gent in een winkel, en ik voelde hoe iedereen mij waakzaam bekeek...
Als ik bedenk hoe ik als kind bij iedereen binnenwandelde...Hoe Oscar speciaal naar 't bosje wandelde om voor mij een mooie tak te halen voor een "echte" boog. Hij maakte die boog dan ook nog voor mij. Ik woonde in een wijk waar veel meer oude mensen woonden dan jonge, dus die oude mensen hoorden bij mijn leefwereld! In de wijk kon ik niet veel vrienden hebben, er woonden gewoon niet zo veel kinderen van onze leeftijd ! Ik kende ze allemaal van in het kleuterklasje af: Claude, Odiel Vermeire, Marcel Vermeersch (de laatste twee waren boeren thuis)en dan was er nog Eddy en Rudy, die bijna buren waren, maar die gingen naar een andere school, en hadden dus een andere vriendenkring...Ik denk niet dat er nog anderen waren van mijn leeftijd in de enge buurt. De anderen waren ouder of woonden verder, aan de "garre" en aan "'t varretje", maar daar hadden wij slechts contact mee in de school, niet er buiten, die hun wereld reikte meer naar de andere kant, naar andere wijken. Bovendien verdween er een hele wijk met de aanleg van de autostrade.
Onze wereld was niet groot, en het was pas toen we naar school gingen in ' stad, dat onze vriendenkring ook wat ruimer werd en zich wat verlegde...
Soms kwamen er gast-vrienden bij, zo kwam Francine kleindochter van mee en pee op verlof, en die hoorde er dan ook wel bij...
Maar ik had eigenlijk maar drie speelkameraden, Claude (tot hij verhuisde naar Mortsel) en dan Sille (Marcel) en Odiel. Oorspronkelijk in die volgorde, later werd Diele mij nader te staan dan Marcel, ik heb geen idee waarom. of misschien omdat de moeder van diele Maria, zo'n gezellige en vriendelijke vrouw was, terwijl de moeder van Marcel, Mar'Louise, altijd zo triestig keek en triestig klonk. Zelfs als ze lachte, keek ze op een of andere manier nog triestig...Ik voelde mij daartegenover altijd wat onwennig, wat ongelukkig... Ik had het gevoel dat lachen en spelen daar niet echt paste...
Toch dateerde mijn eerste "avontuur" van daar... Op een dag kwam ik niet thuis op het normale uur, en mijn moeder was al wreed ongerust, tot ik plots opdook..."Awel ? van waar komde gij ?" "Wel ma, ik ben met de koe naar de stier geweest..."
Zelf herinner ik mij dat feit niet meer, maar ik hoor het ons moeder nog vertellen...en gewoonlijk besloot ze dan met "Dien olijkaard, hij was nog maar zo groot..." en ze wees vaag weg mijn toenmalige grootte aan...

Gek, hoe ouder ik word, hoe meer ik aan mijn ouders terugdenk...En hoe meer ik dingen doe op de manier dat zij mij leerden... Wellicht is dat iets van de Eeuwigheid ?

Heb je al eens buiten gekeken? De zon is er! Het braakliggende veld voor mijn deur begint groen te ogen. Ik zag gisteren al diverse boeren aan de ploeg bezig, ze zullen hier ook wel binnenkort beginnen. Het veld is eigendom van een ploegenfabrikant, iets verder in de straat. Hij gebruikt dit veld regelmatig als "test-terrein". En dan wordt het telkens verhuurt voor de duur van één teelt. Wijze man, dat is de enige manier waarop je niet voor eeuwig en drie dagen vast zit aan een boer.

Het is gek, maar als ik de boeren nu zie ploegen, dan doet dat mij pijn...De tractoren zijn zo zwaar, dat het veld eerst ineen geduwd wordt, en vlak daarna scheuren de ploegen die dichtgeperste grond weer uit een... De brokken leemaarde liggen dan nat te blinken in de vorm waarin de ploeg hen duwde. Geen worm krijgt nog de kans in die grond te leven. De aarde is zo erg gesloten door al die zware werktuigen, dat geen worm daar nog ooit een gaatje kan in boren.
Vroeger namen wij een spade, duwden die in de grond, en sloegen op de steel, roffelden eigenlijk met de vuist op de steel, zodat ondergronds de spade een sterke trilling veroorzaakte. Na enkele ogenblikken zag je dan de dikke regenwormen uit de grond komen. Die deden we dan in een potje om er mee te gaan vissen...Nu mag je daar uren staan schudden met je spade, geen worm meer te zien...
De enige plaatsen waar je nog wormen kunt "steken" is in de gewone tuintjes en in bossen en weiden. De bewerkte velden zijn qua dierlijk leven verandert in woestijnen. Dat is mede de oorzaak van de vele overstromingen die we nu kennen ! De regen kan niet meer zo vlot in de grond dringen, en stroom over de velden weg, richting huizen, richtin banen...
Het zal wel zijn dat de productie van die velden hoger is dan vroeger, maar zou die niet nog hoger liggen als de bodem gezond was ???
'k sluiten, 'k begin weer te zagen.
tot de volgende ????

Geen opmerkingen: